donderdag 1 januari 2026

Een korte geschiedenis van de Blues

Blues is een muziekstijl die ongeveer tussen 1860 en 1900 is ontstaan en zijn oorsprong vindt in de muziek die slaven uit Afrika maakten in voornamelijk het Zuiden van de Verenigde Staten. (bijvoorbeeld in de Mississippidelta) De voornaamste muzikale bronnen die tot het ontstaan van de blues hebben bijgedragen zijn de religieuze liederen (gospels, negrospirituals), de worksongs en de field hollers. Muziek maken met elkaar of alleen, met of zonder instrumenten, was voor de slaven vaak de enige manier om hun lijden uit te drukken en te verzachten. Omdat deze muziek een melancholische toon en inhoud had, werd ze 'blues' genoemd. De aanduiding 'blue' voor rouw is afkomstig uit de zeilscheepvaart. Als een schip tijdens de reis zijn kapitein of een andere officier verloor, voerde het voor de rest van de reis een blauwe vlag en werd een blauwe band rond het hele schip geschilderd alvorens de thuishaven binnen te lopen. Toen de nakomelingen van slaven rond de 1914 vanuit het Zuiden naar de steden in het Noorden (onder andere Chicago en Detroit) trokken, kreeg de blues een meer 'stedelijk' geluid, dat vanaf de jaren dertig voornamelijk gekenmerkt zou worden door het gebruik van elektrisch versterkte instrumenten. Deze meer up-tempo variant van de blues zou later de weg bereiden voor rhythm-and-blues en rock-'n-roll. Deze laatste zouden de blues enigszins naar de achtergrond dringen, maar in de jaren 60 en 70 leefde het genre op doordat Britse (blanke) rockmuzikanten als Eric Clapton, de The Rolling Stones en Led Zeppelin opnieuw blues gingen spelen. De blues vertelt over het leven van alledag. De nadruk daarbij ligt op negatieve gebeurtenissen, bijvoorbeeld ongeluk in de liefde. Door het zingen van de blues hoopt men troost voor deze problemen te vinden, naast de kracht om er weer bovenop te geraken. Een bluesmuzikant schuwt controversiële thema's zoals alcohol, seks en geweld niet.

Invloedrijke muzikanten:
Eén van de invloedrijkste Amerikaanse bluesartiesten aller tijden is Robert Johnson. Hij is geboren in Hazlehurst (Mississippi) op 8 mei 1911 en stierf alweer 27 jaar later. Hoewel hij slechts 27 werd, maar twee opnamesessies heeft gedaan en maar een twintigtal songs naliet, is hij hét voorbeeld voor veel blueszangers en -gitaristen. Het blad Rolling Stone plaatste hem in 2003 op plaats 5 van de meest gewaardeerde gitaristen aller tijden. Johnson woonde het eerste deel van zijn leven op een plantage waar hij bluesharmonica leerde spelen, maar het was zijn wens om gitaar te leren spelen. Binnen zeer korte tijd lukte het hem, met behulp van onder meer de mysterieuze Ike Zinneman het instrument meer dan voldoende te beheersen. Deze prestatie bracht de fabel in de wereld dat Johnson zijn ziel had verkocht aan de duivel. Hij zou op een nacht naar een kruispunt zijn gegaan om daar gitaar te gaan spelen. Om middernacht zou hij benaderd zijn door een grote, donkere man (de duivel), die hem zijn instrument afpakte, het voor hem stemde, en het, in ruil voor zijn ziel, aan hem teruggaf waarna hij het perfect zou kunnen bespelen. Hij haalde de banvloek van de Kerk over zich doordat hij in enkele songs suggereerde (me and the devil, hellhound on my trail) dat hij zijn ziel verkocht had aan de duivel om zo goed gitaar te kunnen spelen. Johnson is zeer zeker niet de uitvinder van de blues; die bestond al geruime tijd voordat Johnson actief werd. Zijn belang voor de muziekgeschiedenis ligt in de mix die hij maakte van bestaande Delta blues en andere invloeden. Kenmerkend is de ritmische, doorrollende gitaarmuziek. Tijdens zijn leven speelde hij met latere bluesgiganten als Muddy Waters en Howlin' Wolf.

Muddy Waters is zeker een artiest die genoemd moet worden in een item over de geschiedenis van de Blues. Muddy Waters, pseudoniem van McKinley Morganfield (Issaquena County (Mississippi), 4 april 1913 - Westmont (Illinois), 30 april 1983), was een Amerikaanse blueszanger, en wordt in de bluesmuziek gezien als een opvolger van zijn voorgangers Son House, Willie Brown, en Robert Johnson. In de lijst van "the 100 Greatest Artists of All Time" (de 100 beste artiesten aller tijden) van Rolling Stone staat Waters op nummer 17. Op zijn zevende begon Muddy met een mondharmonica (bluesharp) en trok daarmee veel bekijks als hij midden op het plein een deuntje speelde. Later, op 17-jarige leeftijd verruilde hij zijn mondharmonica voor een gitaar en speelde op lokale feesten. In 1943 verhuisde hij naar Chicago waar hij de akoestische gitaar aan de wilgen hing en zich richtte op de elektrische gitaar. Samen met Little Walter, Jimmy Rogers en Otis Spann begon hij een band waarin hij zijn elektrische gitaar liet zingen. Mick Jagger en Keith Richards vernoemden hun band naar het nummer Rollin' Stone van Muddy Waters. Dit nummer heeft ook Bob Dylans Like a Rolling Stone beïnvloed. In 1983 overleed deze blueslegende op 70-jarige leeftijd aan een hartaanval in zijn slaap.

T-Bone Walker (Linden (Texas), 28 mei 1910 – Los Angeles (Californië), 16 maart 1975) was een Amerikaans bluesgitarist en tevens een van de meest invloedrijke muzikanten van het begin van de 20e eeuw. Walker was de zoon van een Afrikaanse Amerikaan en een Cherokee. Als jonge man ontmoette hij Blind Lemon Jefferson, een andere grote blueslegende, die hem muziek leerde. Walkers debuut was "Wichita Falls Blues" / "Trinity River Blues", opgenomen in 1929 voor Columbia Records. Zijn kenmerkende geluid ontdekte hij zelf pas in 1942, toen Walker "Mean Old World" opnam voor Capitol Records. Zijn elektrische gitaarsolo's waren een van de eerste die men kon horen op moderne bluesopnames, en zijn vandaag nog een standaard. Walkers spel beïnvloedde onder andere artiesten zoals Chuck Berry en was zelfs Jimi Hendrix' grootste held toen deze nog kind was. Walker is in 1980 opgenomen in de Blues Hall of Fame en in 1987 in de Rock and Roll Hall of Fame.

Blind Lemon Jefferson (Coutchman (Texas), 26 oktober 1897 – Chicago (Illinois), december 1929) was een andere invloedrijke blueszanger en gitarist. Jefferson nam ongeveer 100 nummers op tussen 1925 en 1929, en had 43 platen, allemaal (op een na) voor Paramount Records. Hij was een van de meest populaire blueszangers in de jaren '20 en volgens sommigen een van de grootste zangers in de geschiedenis van de blues. Het was voornamelijk door het succes van artiesten zoals Blind Lemon Jefferson, Blind Blake en Ma Rainey dat Paramount hét toonaangevende bedrijf werd voor blues in de jaren twintig van de twintigste eeuw. Hij was de auteur van vele deuntjes (waaronder de klassieker "See That My Grave is Kept Clean") die later gecoverd werden. Jefferson had grote invloed op de volgende generatie blueszangers en gitaristen, zoals Leadbelly, met wie hij in Dallas TX een tijdje samen speelde.

John Lee Hooker (Clarksdale (Mississippi), 22 augustus 1917 - Los Altos (Californië), 21 juni 2001) was nog een invloedrijke Amerikaanse blueszanger, gitarist en songwriter die tijdens zijn leven verschillende soorten stijlen hanteerde. Hij geldt als een belangrijke vernieuwer van de blues. Bekende nummers van Hooker zijn onder andere Boom Boom en I'm in the Mood.

Eén van de grootste bluesartiesten aller tijden is BB King. BB werd geboren in Mississippi in 1925 en treed nog steeds met enige regelmaat op. King werd geboren op een plantage en spendeerde een groot deel van zijn jeugd samen met zijn moeder en grootmoeder werkend als een sharecropper. Hij zegt dat hij, voor hij van zijn andere talenten weet had, 35 cent voor elke 45 kg katoen betaald kreeg. Reeds vroeg raakte King in de ban van zwarte muzikanten als T-Bone Walker en Lonnie Johnson. Snel ontwikkelde King zijn eigen muzikale vaardigheden in de kerk bij het zingen van gospel. In de jaren 1950 werd B.B. een van de belangrijkste namen in rhythm-and-bluesmuziek, met een imposante lijst van hits zoals "You Know I Love You", "Woke Up This Morning", "Please Love Me", "When My Heart Beats Like a Hammer", "Whole Lotta' Love", "You Upset Me Baby", "Every Day I Have The Blues", "Sneakin' Around", "Ten Long Years", "Bad Luck", "Sweet Little Angel", "On My Word of Honor" en "Please Accept My Love". In 1962 begon King bij ABC-Paramount Records. In 2004 werd aan King een eredoctoraat overhandigd van de Universiteit van Mississippi. Tevens had hij ook zijn uitgebreide bluescollectie geschonken aan het 'Ole Miss Center for Southern Studies'. Met zijn 85 jaar heeft King een zeer vol en zeer actief leven geleid. Hij bezit een vliegbrevet, is bekend als gokker, vegetariër, niet-drinker en niet-roker. Als diabeticus sinds meer dan tien jaar, is King een van de spreekbuizen van de strijd tegen diabetes.

Eric Clapton, (Ripley (Surrey), 30 maart 1945) is een Britse gitarist, componist en zanger van blues-, rock- en popmuziek. Toen Clapton eind jaren '50 met de opkomende rock-'n-roll in aanraking kwam, was hij meteen enthousiast. Voor zijn dertiende verjaardag vroeg en kreeg hij een gitaar. Hij ging op zoek naar de oorsprong van de rock-'n-roll en kwam bij de blues terecht. Zijn allereerste muzikale invloeden waren Big Bill Broonzy en Robert Johnson, wiens muziek wel eens werd gedraaid tijdens kinderradioprogramma's. Later leerde hij de muziek van B.B. King en andere elektrische gitaristen kennen. Begin 1963 speelde hij mee in de bluesband The Roosters. Na de opheffing van deze band speelde hij een maand in de groep Casey Jones and The Engineers. In oktober werd hij opgenomen in The Yardbirds, waarvan hij 18 maanden lid zou blijven. Deze band was een kweekvijver van goede gitaristen, na Clapton kwamen nog Jimmy Page en Jeff Beck. De groep verwierf faam door zijn bluesgetinte rock. Clapton verwierf de bijnaam waaronder hij nog steeds bekend is: Slowhand. Deze bijnaam kreeg hij omdat hij door zijn stijl van spelen regelmatig snaren brak, en hij deze dan ter plekke verving, terwijl het publiek hem begeleidde met traag handgeklap. De beide platen die hij met de Yardbirds uitbracht hadden veel succes. Desondanks verliet hij de Yardbirds in 1965, omdat hij vond dat de groep te veel de commerciële poptoer opging. Van april 1965 tot midden 1966 maakte hij deel uit van John Mayall's Bluesbreakers. In deze periode kwam zijn talent definitief tot ontplooiing. Hoogtepunt was de LP Bluesbreakers With Eric Clapton, inmiddels een echte klassieker. Midden 1966 richtte hij samen met bassist Jack Bruce en drummer Ginger Baker de groep Cream op. Met deze groep vestigde hij definitief zijn reputatie als de nummer één van de rockgitaristen. Door het uitbrengen van drie opeenvolgende sterke LP's, en door energieke en uitgebreide tournees, verwierf Cream een internationale reputatie die amper onderdeed voor die van The Beatles en The Rolling Stones. De optredens van de band kenmerkten zich door veel improvisatie, waarbij alle drie de bandleden hun muzikale talenten ten volle konden uiten. De karakters van de drie leden waren echter zo sterk dat ze voortdurend met elkaar botsten, waardoor de band geen lang leven beschoren was. Maar hoewel de band slechts twee jaar bestond, wordt hij toch beschouwd als een van de voornaamste van die periode. Eric Clapton treed nog steeds met enige regelmaat op en word nog gezien als 1 van de beste nog levende gitaristen ter wereld.

Stevie Ray Vaughan (Dallas (Texas), 3 oktober 1954 – Chicago (Illinois), 27 augustus 1990) Geïnspireerd door zijn oudere broer Jimmie begon Stevie Ray reeds op jonge leeftijd gitaar te spelen. Hij bleek erg getalenteerd en speelde al snel in een aantal lokale bandjes. In 1972 stopte Vaughan met studeren om zich volledig te kunnen concentreren op muziek. Stevie Ray wist niet goed wat hij voor carrière wilde; naar eigen zeggen was muziek zijn enige uitweg. Daarom verhuisde hij naar Austin, Texas en werd daar beroepsartiest. Joe Bonamassa (Utica, New York, 8 mei 1977) is een bluesmuzikant van de nieuwste generatie. Bonamassa groeide op in een muzikaal gezin, zijn vader was gitaardealer. Als vierjarige raakte Bonamassa in de ban van het gitaarspel van Eric Clapton. Bonamassa leerde ook gitaar spelen en op zijn elfde gaf hij zijn eerste optreden, samen met B.B. King. Sindsdien toerde Bonamassa intensief mee met King, die hem het vak leerde. Walter Trout (Ocean City (New Jersey), 6 maart 1951) is een bluesgitarist die de blues met veel passie en talent in leven houd. Hij speelde met Canned Heat, John Lee Hooker, Big Mama Thornton en was bandlid van de legendarische John Mayall's Bluesbreakers voordat hij zijn eigen band begon in 1989. Zijn band heet Walter Trout and The Radicals en treedt ruim 200 keer per jaar op.

Blues heeft een zeer grote invloed gehad op bijna alle muziek bijvoorbeeld: Rock and Roll, Rock, Jazz, Soul, R&B en pop muziek. Enkele artiesten die duidelijk beinvloed zijn blues zijn bijvoorbeeld Jimi Hendrix en John Mayer maar ook Led Zeppelin en de Rolling Stones om maar een paar te noemen. Jimi Hendrix geboren als Johnny Allen Hendrix, Seattle, 27 november 1942 – Londen, 18 september 1970)Hij werd bekend door zijn virtuoze, flamboyante gitaarspel. Hij bracht een revolutie in het gitaarspelen teweeg door het gebruik van nieuwe akkoorden, feedback en vernieuwende opnametechnieken. Zijn stijl is een samensmelting van rock, blues en jazz.

donderdag 18 december 2025

19th Nervous Breakdown As Tears Goes By

The Rolling Stones maken op 18 december 1965 in de RCA Studio in Hollywood het nummer 19th Nervous Breakdown af. Met de opname is op 3 december 1965 begonnen. De titel is afkomstig van een uitsparaak van Mick Jagger, die de lange Amerikaanse tour in de herfst van 1965 vaak beschrijft als een "19th Nervous Breakdown". In Europa ligt de single op 4 februari 1966 in de platenwinkels. Op de B-kant staat As Tears Go By. Dit nummer is door Mick Jagger met begeleiding van een strijkkwartet op 26 oktober 1965 in de IBC Studio in Londen opgenomen. As Tears Goes By is de eerste Jagger/Richard compositie waar ook Andrew Oldham als songwriter genoemd wordt. In 1964 is As Tears Goes By een hit geweest in de uitvoering van Marianne Faithfull, die de negende plaats er mee weet te bereiken. In Nederland komt 19th Nervous Breakdown b/w As Tears Goes By op 19 februari 1966 de Top 40 binnen, en bereikt uiteindelijk de tweede plaats.

donderdag 4 september 2025

Herman’s Hermits

Peter Noone, de zanger van Herman’s Hermits, was een voorloper van een verschijnsel dat zich eigenlijk pas later volop zal manifesteren: de pretty-faces-groups. Daarmee bedoel ik dat de groepsleden in functie van hun uiterlijk werden gekozen en niet omwille van hun muzikale capaciteiten. Toch zijn de platen van Herman’s Hermits muzikaal zeer waardevol. Dat komt namelijk omdat ze werden opgenomen door studiomuzikanten, zoals Jimmy Page en John-Paul Jones, die later tot supersterren zullen uitgroeien (zij vormen in 1969 met name de kern van Led Zeppelin). Maar opletten! Ik heb me tot nu toe reeds twee CD’s van Herman’s Hermits aangeschaft, maar telkenmale bleek het te gaan om nummers die in de jaren tachtig in Zweden werden heropgenomen en daarop kun je deze jongens dus niet aan het werk horen.

Van de Hermits zelf is dus uiteindelijk enkel “Herman” belangrijk, omdat hij instaat voor de vocals. “Herman” is eigenlijk Peter Noone, die reeds voor de Hermits landelijke bekendheid genoot als acteur in “Coronation Street” en als leadzanger van “The Heartbeats”, een groep uit Manchester. De naam is duidelijk een referentie aan het Buddy Holly-nummer. Peter Noone had in 1958 op 12-jarige leeftijd Buddy Holly live aan het werk gezien en zijn zangstijl is duidelijk op die van Buddy gekopieerd. Op de eerste elpee van Herman’s Hermits (in 1965) staat dan ook een versie van “Heartbeat”. Een andere cover op die elpee is “Travelin’ light” van Cliff Richard, een ander voorbeeld voor Peter Noone.
De eerste hit van Herman’s Hermits was “I’M INTO SOMETHING GOOD” uit 1964, dat in sommige boeken wordt geciteerd als een popsong die ogenschijnlijk erg braaf is (Peter Noone was het jongetje dat iedere Engelse huisvrouw als schoonzoon wou), maar die ook op een ander vlak kan worden geïnterpreteerd (probeer b.v. de letterlijke vertaling maar eens…). Producer Mickie Most vond dit oude nummer van Earl-Jean eigenlijk maar niets, maar zijn… vrouw overhaalde hem om het toch maar op te nemen. Als opvolger werd een nummer, speciaal voor de groep geschreven, uitgebracht, namelijk “Show me girl”, maar dat flopte (en staat dus ook niet op de CD), zodat men voor het volgende maar weer teruggreep naar een golden oldie, deze keer “SILHOUETTES” (*) van de Rays. En bingo! In de V.S. had de keerzijde (“Can’t you hear my heartbeat”, alweer die heartbeat!) meer succes, maar hoe dan ook Herman’s Hermits werden in 1965 de meest populaire Engelse groep in de V.S. na The Beatles (vergeet niet dat b.v. de eerste Rolling Stones-toernee een flop werd).
“MRS.BROWN YOU’VE GOT A LOVELY DAUGHTER” (Trevor Peacock) werd eerst in de States uitgebracht en als dank zorgden de Yanks ervoor dat het nummer zowaar “Ticket to ride” van The Beatles belette op de nummer één-positie van de hitparade te geraken. De opvolger was het bekende “WONDERFUL WORLD” van Sam Cooke (we zijn er trouwens van overtuigd dat de her­ontdekking van “Wonderful world” door de prachtige poëtische passage in Peter Weirs “Witness” is op gang gebracht), gevolgd door “THE END OF THE WORLD” van Skeeter Davis. In Engeland had de keerzijde, “I’M HENRY THE VIII, I AM”, echter veel meer succes. Niet te verwonderen want dit was nog eens een typisch Engels nummer in de music-hall traditie (het was dan ook reeds vroeger uitgebracht door Joe Brown, de vader van het latere hitzangeresje Sam Brown). Met “JUST A LITTLE BIT BETTER” van Kenny Young deed de groep nadien een poging om een beetje uit dat comedy-genre los te komen. Dan komt het erg mooie “A must to avoid” van P.F.Sloan, maar dat staat onbegrijpelijkerwijze niet op de CD. De grootste aantrekkingspool is toch weer het gitaarwerk van Jimmy Page, een ramp is het dus niet. (Jimmy Page durfde zijn elektrische gitaar wel eens met een strijkstok durfde te bewerken. Hij had dit idee van David McCallum, je weet wel: Ilya Kyryakin uit The Man from UNCLE, die net als zijn zus, bij wie wij een paar jaar later zouden logeren in Hastings, cello speelde.)
Ondertussen draait de business nog steeds op volle toeren (er worden een drietal films gedraaid en voor Canada komt er een tweetalige single “Je suis anglais”), maar toch wil men voortaan een beetje ernstiger te werk gaan. De volgende hit, “LISTEN PEOP­LE”, is van de hand van Graham Gouldman, die in de jaren zeventig een reusachtig succes zal kennen als medeleider van de groep 10CC en nu nog steeds een succesvol producer is (vooral van videoclips).
“LEANING ON THE LAMPPOST” is geschreven door een zekere Gay, maar “DANDY” van Ray Davies daarentegen is in The Kinks-versie beter. De reeds genoemde Gouldman is ook verantwoordelijk voor “NO MILK TODAY” (1966), ongetwijfeld de grootste hit van de Her­mits op het Europese vasteland.
In de film “Mrs.Brown you’ve got a lovely daughter” zingt Herman “THERE’S A KIND OF HUSH” (1967), geschreven door George Stephens van The New Vaudeville Band (remember “Win­chester Cathedral”). Samen met de herneming van de titelsong is dit overigens het enige waardevolle nummer uit die film, die voor de rest een vreselijke instinker is (Mrs.Brown is eigenlijk een hazewind, om maar iets te zeggen!). Toch is deze film van Paul Swimmer (die later The Concert for Bangla Desh zou verfilmen) belangrijk in de discussie over de “splitsing” in de popmuziek. Gewoonlijk wordt daarvoor de groep Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick and Tich aangehaald als eerste beatgroep die ook de “burgerij” zou aanspreken, die m.a.w. de angel uit de rock haalden, het rebelse imago afzwoeren (Dave Dee was politieagent!), die rock in pop veranderden. Toch is dit met Herman’s Hermits zeker ook het geval, misschien zelfs nog meer. In deze film zien we de groep echter aan het werk in de arbeidersbuurten van Manchester, die zo mogelijk nog veel armoediger waren (zijn?) dan die van Liverpool. Er wordt bijvoorbeeld ook een link gelegd met de pubcultuur (“My old man’s a dustman”), inclusief het onvermijdelijke massale gevecht dat enkel kan gekalmeerd worden door het feit dat iemand het “God save the queen” aanheft! Als de groep op een bepaald moment naar Swinging Londen trekt (omdat Mrs.Brown daar een wedstrijd moet lopen), voelen ze zich dan ook helemaal niet op hun plaats. Ook de intrige (voor zover die er is) wijst in die richting: Herman wordt daar inderdaad verliefd op de dochter van ene stinkend rijke Mrs.Brown (die op de hond had gewed wegens de naam). Die dochter is een fotomodel (vandaar de trippende hippies op de party bij de familie Brown), maar Herman zal uiteindelijk toch terugkeren naar zijn buurmeisje uit Manchester dat hem heimelijk al jaren aanbidt. “Als je nog eens naar Londen gaat, ga ik me je mee,” zegt ze hem met tranen in de ogen. “Ja, maar dan zal je wel voor vijf man (de Hermits, RDS) moeten koken,” merkt Herman romantisch op. Dat is voor het meisje uiteraard geen enkel probleem.
Opmerkelijk is dus dat de opdeling rock/pop vanuit muzikaal oogpunt misschien wel overeenkomt met progressief/conservatief, maar sociaal-politiek gezien hoort pop duidelijk thuis in de arbeidersklasse en is rock eigenlijk “burgerlijk”!
Of om het nog anders te stellen: in de “historische” strijd tussen mods en rockers, horen groepen als Herman’s Hermits dus eigenlijk thuis bij de “rockers”, ook al is dat muzikaal niet het geval. Zelfs hun meeste uptempo-nummer (“I’m Henry the VIII”) hoort eerder thuis in de traditie van de Engelse music-hall dan van rock’n'roll…
Terloops weze opgemerkt dat John Paul Jones een vermelding krijgt op de aftiteling van “Mrs.Brown”. Hij heeft voor de muzikale “coördinatie” gezorgd. Dat zal wel!
Kortom, het is niet te verwonderen dat daarna het succes van Herman’s Hermits stilaan afneemt, al hebben ze nog wel een paar kleine hitjes, zoals “LADY BARBARA”.

donderdag 8 mei 2025

Let it Be

Het laatste officiële album van The Beatles was al meer dan een jaar daarvoor opgenomen en chronologisch gezien zou het dus eigenlijk vóór Abbey Road geplaatst moeten worden. Dat album werd eerder uitgebracht maar later opgenomen. 

In ieder geval werd Let It Be indertijd door veel fans uitgespuwd, vooral door de overdubs en de post-productie van producer Phil Spector, die nooit aanwezig was tijdens de opnames. Aan sommige nummers voegde hij overvloedige strijkers toe, iets wat op veel verzet stuitte. Tegenwoordig kan het album gerust naast de andere Beatles-klassiekers gezet worden. Ondanks die excessieve productie, blijven vele nummers toch nog pure rock’n roll klinken en dringt de rauwheid doorheen de extra arrangementen. Vooral Paul McCartney leverde voor dit album enkele van zijn sterkste nummers: The Long And Winding Road, Let It Be (melig, maar met een zeer sterke tekst), maar vooral Get Back. Van het album is later een versie uitgebracht waarbij de postproductie van Phil Spector werd weggelaten (Let It Be Naked). Eigenlijk verandert er niet veel aan de sfeer van de muziek, enkel die vervelende strijkers vallen op door hun afwezigheid.

donderdag 20 maart 2025

Ik Heb Geen Zin Om Op Te Staan

HET komt op 18 December 1965 op nummer 24 binnen in de Nederlandse Top 40 met de single Ik Heb Geen Zin Om Op Te Staan. Op de B-kant van deze single staat Alleen Op Het Kerkhof. Zowel Ik Heb Geen Zin Om Op Te Staan als Alleen Op Het Kerkhof zijn geschreven door Bob Bouber, de zanger van ZZ & De Maskers. Bouber is dan net uit deze groep gestapt. Op het label staat zijn vrouw Katinka vermeld als componiste. HET is voortgekomen uit de Amsterdamse groep The Mads, en bestaat uit Adrie de Hont (gitaar), Dennis Witbraat (drums), Jacques Zwart (gitaar/zang) en Pim van der Linden (basgitaar). Bob Bouber bedenkt een promotiestunt die HET in één klap landelijk bekend maakt. De groepsleden rijden begin November 1965 in een groot ledikant tijdens het spitsuur in Amsterdam de Dam op. Na tien minuten worden zij door de politie gearresteerd. Ik Heb Geen Zin Om Op Te Staan bereikt de negende plaats in de Nederlandse Top 40.

maandag 13 januari 2025

Howlin' Wolf

In Chicago in Illinois overlijdt op 10 januari 1976 de Amerikaanse blues-zanger Howlin' Wolf.

Howlin'Wolf wordt als Chester Arthur Burnett geboren op 10 juni 1910 in White Station bij West Point in Mississippi en groeit uit tot een invloedloedrijke Delta-bluesman (mondharmonikaspeler en gitarist) die beschikt over een van de meest unieke stemmen uit de geschiedenis van het genre: grof, donker, dreigend en onheilspellend. Zijn zang, repertoire en gitaarspel zijn beinvloed door Charley Patton, harmonicaspel door Sonny Boy Williamson. In 1948 wordt Howlin' Wolf prof. Hij vestigt zich in Memphis waar hij in 1951 zijn eerste opnamen maakt voor het Sun-label. How Many More Years wordt een grote hit en het touwtrekken tussen platenmaatschappijen begint. In 1952 wordt het pleit in het voordeel van Chess beslist en Howlin' Wolf vertrekt naar Chicago. Onder invloed van de studiomuzikanten en producers van Chess wordt zijn muziek strakker. Er komt meer variatie in zijn nummers, vooral na de komst van producer Willie Dixon die veel materiaal voor Howlin' Wolf gaat schrijven. Howlin' Wolf is een van de weinige bluesartiesten die zich op succesvolle wijze weten aan te passen aan de nieuwe ontwikkelingen op muziekgebied. De blazers en funky ritmes van de jaren zestig (Killing Floor, Spoonful, Wang Dang Doodle) leveren hem geen enkel probleem op. Aan het eind van de jaren zestig beleeft Howlin' Wolf zijn artistiek dieptepunt met twee wanstaltige bluesrock-albums (Message To The Young en The Howlin' Wolf Album). Beter geslaagd is THe Howlin' Wolf Sessions waarop hij met assistentie van onder anderen Eric Clapton, Steve Winwood, Bill Wyman en Charlie Watts een aantal van zijn oude successen doorneemt. 
Howlin'Wolf is 65 jaar geworden.

donderdag 19 december 2024

Anneke en Peter

In de finale van het jaarlijkse Cabaret Der Onbekenden, op 19 december 1959 in Carlton in Eindhoven staan ondermeer Anneke Grönloh en de 18-jarige Peter Koelewijn met zijn groep The Rockets. 

Anneke Grönloh, een zeventienjarige zingende secretaresse van de DAF-Fabrieken in Eindhoven, zingt Ma, He's Making Eyes At Me, waarmee zij het Cabaret Der Onbekenden wint. Peter & Zijn Rockets eindigen op de tweede plaats. Zowel Anneke Grönloh als Peter & Zijn Rockets krijgen een platencontract. 

In 1960 verschijnt Asmara, de eerste single van Anneke Grönloh. Voor dit Indonesische liedje is in Nederland weinig belangstelling, maar in Singapore staat het nummer drie maanden bovenaan in de hitparade. 

Peter & Zijn Rockets nemen eind december 1959 in de Bovema Studio van het Gramophone House in Heemstede hun eerste single Kom Van Dat Dak Af op. Dit wordt de eerste Nederlandse Rock'n'Roll-hit.

donderdag 5 december 2024

Françoise Hardy

Het is jammer dat wanneer je de naam Françoise Hardy uitspreekt haast iedereen meteen Tous les garçons et les filles begint te zingen, niet wetende dat die mevrouw honderden liedjes op plaat heeft gezet waarvan er een rist méér dan de moeite waard van het onthouden en behouden zijn.

Wanneer ik door Parijs wandel, dan hou ik in mijn achterhoofd dat Françoise Hardy daar in het 9de arrondissement werd geboren. Je moet er zeker al eens gepasseerd zijn, want hier ligt ondermeer Boulevard Haussmann, de Parijse Opéra, het Palais Garnier en Galérie Lafayette. Françoise, die hier de 17de januari 1944 werd geboren, bewaart geen goede herinneringen aan haar jeugd. Haar vader liet haar samen met haar zus Michèle vrij snel alleen achter bij hun moeder. Pa kwam financieel maar mondjesmaat over de brug, een zware last voor zijn ex om de touwtjes aan mekaar te knopen. Nochtans had vader wel wat centen, want hij bezat een tijd lang een kantoorboekhandel in de rue Saint-Lazare. Tijdens de middag togen zij en haar zus daar regelmatig naar toe.  Maar de man was hertrouwd en koos de kant van zijn kersverse echtgenote. Françoises grootouders langs moederszijde die in Aulany- sous-Bois woonden, waren ook al geen grote steun voor Françoise. Haar grootmoeder had wel altijd iets aan te merken. Françoise kroop al in elkaar als ze nog maar wist dat grandmère langskwam. Omdat mama Hardy de handen vol had, vond ze het beter dat Françoise naar het internaat zou gaan in de rue La Bruyère op nummer 42 in handen van de zusters van de Drie-eenheid waar de schuchtere Françoise nog meer in zichzelf zou gekeerd gaan leven. François liep gebukt onder de situatie bij haar thuis, het feit dat haar vader het kostschoolgeld met maanden vertraging betaalde en dat ze minder mooi gekleed was dan haar medeleerlingen. Ze compenseerde dat gebrek aan zelfvertrouwen door hard te studeren en op te vallen als een plichtsbewuste leerling. Ze zag er slank en rank uit zodat ze, al wou ze het niet, een opvallende figuur werd. Waar en wanneer het maar kon, luisterde ze naar de radio, naar de nieuwste Franse chansons van ondermeer Charles Trenet en naar de nieuwste rage ‘de rock’n'roll’. Tijdens de vakanties werd ze regelmatig naar Duitsland gestuurd om daar de taal te bemachtigen. Dat op advies van een zekere monsieur Gilbert, een vriend van haar moeder, die vond dat de kinderen die moelijke taal onder de knie moesten krijgen. Zo logeerden ze meermaals bij de Oostenrijkse mevrouw Hedwig Welser, alias tante Hedi. Vanuit La Gare de l’Est reisden ze met de Oriënt-Express naar Insbruck. Hier vulde Françoise haar vrije uren met zingen en liedjes schrijven. In 1961 beëindigt ze haar middelbare studies en wanneer ze haar baccalaureaat behaalt, waardoor ze haar hogere studies kan aanvatten, krijgt ze van haar vader een gitaar cadeau. Via een snelcursus leert ze enkele basisakkoorden en kan zodoende zich al snel  op de gitaar begeleiden. Ze gaat dikwijls naar een platenwinkel in de rue de la Chaussée-d’Antin waar ze naar de nieuwste import singletjes luistert. Af en toe koopt ze er een met het geld dat ze verdient door Duitse bijles te geven aan een buurjongen van veertien. Françoise dweept op dat moment in haar jeugd met Eddie Cochran, Neil Sedaka, Brenda Lee, Cliff Richard en The Everly Brothers. Ze wil beter leren zingen en schrijft zich in aan het Petit Conservatoire de Mireille gelegen aan de avenue du Recteur-Poincaré, eigendom van de nationale radio. Les werd daar gegeven door de zangeres Mireille.  Maar mama Hardy wil dat Françoise ook voortstudeert. Ze schrijft zich in aan de Sorbonne in Parijs om daar de richting politieke wetenschappen te volgen. Ze heeft voldoende tijd over om liedjes te schrijven. Het liefst van al trekt ze zich thuis terug in de keuken waar haar stem tegen de tegels weergalmt en dat vindt ze heerlijk. Al snel blijkt haar studiekeuze de verkeerde. Ze gaat dan maar literatuur studeren.

Op zekere dag leest ze in Les Potins de la commère, een rubriek in France-Soir, een annonce waarin platenfirma Pathé Marconi  aankondigt dat ze op zoek zijn naar nieuw en jong zangtalent. Françoise schrijft zich meteen in, laat een behoorlijke indruk na, maar hoort verder niets meer van die auditie. Ze trekt dan maar haar stoute schoenen aan en klopt aan bij firma Vogue die ondermeer Johnny Halliday onder contract heeft. Françoise is niet meteen wat ze zoeken, want ze willen eigenlijk een vrouwelijk evenknie van Halliday, maar haar stem blijft hangen én haar liedjes. Op kosten van Vogue gaat ze notenleer volgen en in het late najaar van 1961, de 14de november om precies te zijn, tekent ze haar eerste contract. Ze is nog maar zeventien. De 6de februari 1962 duikt Françoise op in het bekende tv-programma En attendant leur carrosse van de ORTF. Twee maanden later mag ze haar eerste plaatje opnemen. Je weet dat in Frankrijk in die tijd vier in plaats van twee liedjes op een single stonden, de zogeheten eepees (extended play). Een van die eerste chansons is Oh oh Chéri en het door haar zelf geschreven Tous les garçons et les filles. Dat liedje komt deejay Daniël Filipacchi ter ore die het meteen oppikt in zijn bekende uitzending Salut les Copains, een trendsettend programma bij Europe Numéro Un, in die jaren zestig ook druk beluisterd in Vlaanderen. Tous les garçons et les filles klimt meteen naar de eerste plaats in de Franse hitlijsten en zo mag ze aansluiten bij de eerste lichting yé – yé – zangers waaronder Richard Anthony, Johnny Halliday en Sheila. Na drie maanden zijn er van de single vijfhonderd duizend exemplaren verkocht. Dat levert haar in Paris Match de cover op én de titel ‘Nouvelle Idole de la Chanson’. In Nederland bereikt eerst het nummer L’amour s’en va de top veertig, maar geraakt niet hoger dan de twintigste plaats. Met Tous les garçons et les filles bereikt Hardy bij onze noorderburen de derde plaats. Bij ons zit er slechts een elfde plaats in de hitlijsten in. Maar het is niet gemakkelijk voor Françoise, die nogal schuchter van aard is, zich in dat popmilieu te bewegen. Gelukkig voor haar ontmoet ze tijdens een fotoshoot voor het blad Salut les Copains fotograaf Jean-Marie Périer die zo’n beetje haar mentor wordt. Hij meet haar een nieuwe look aan en het is gelijk bingo. Ze worden mekaars liefje. Blijkt iets later dat Françoise ook bekoorlijk en behoorlijk kan acteren. Ze krijgt een rol in Château en Suède van regisseur Roger Vadim, die iets voordien Brigitte Bardot had gelanceerd.

Een gok of niet, de 23ste maart 1963 gaat Françoise in Londen de kleuren van Monaco verdedigen tijdens het 8ste Eurovisiesongfestival dat wordt gewonnen door Denemarken en het duo Grethe en Jorgen Ingmann met Dansevise. Françoise eindigt ex aequo met Alain Barrière op de vijfde plaats. Ze zingt die avond L’amour s’en va. Ze sluit dat jaar af met een optreden in de Parijse Olympia in het voorprogramma van Richard Anthony. Voor haar eerste elpee, een soort hitcompilatie, ontvangt ze de Prix de l’Académie Charles-Cros, een erg gewaardeerde onderscheiding in Frankrijk én de Trophée de la télévision française. In 1964 duikt ze tweemaal op in de Franse hitlijsten en dat met J’aurais vouloir en Jaloux. Hardy wordt zo’n beetje het uithangbord van een aantal belangrijke jonge Franse couturiers die maar al te graag zien dat ze hun ontwerpen draagt: Paco Rabanne, Yves Saint- Laurent en André Courrèges. Die laatste ontwerpt haar outfit voor haar tournee die ze in 1965 aansnijdt aan de zijde van Hugues Aufray. Ze scoort dat jaar drie maal in de Franse hitparades: Mon amie la rose, Son amour s’est endormi en L’amitié. Je houdt het misschien voor onmogelijk, maar ook in Engeland scoort La Hardy zij het met vertalingen van haar Franse successen: However much ( Et même) en All Over The World ( Dans le monde entier). Met het eerste nummer geraakt ze tot op de eenendertigste plaats in de top veertig en met het tweede tot op de zestiende. Maar daarmee is voor haar de Britse kous qua hitnoteringen gebreid, al moet ik vermelden dat ze een rolletje krijgt toebedeeld in de film What’s new Pussycat van Clive Donner en een optreden in de Savoy in Londen. Ze staat de 26ste december zelfs in The Piccadilly Show te schitteren. Twee maanden eerder deed ze dat ook aan de zijde van Les Compagnons de la Chanson in de Parijse Olympia.

In haar liedjes voert de melancholie de bovenhand samen met thema’s zoals angst, twijfel en onzekerheid. Met die chansons verovert ze eveneens Japan en de rest van Europa. Zo start ze 1966 met haar deelname aan het San Remo liedjesfestival met het liedje Parla me di te en een tournee in Duitsland. In de maand februari van 1966 scoort ze in Frankrijk één van haar grootste hits dat ook bij ons een succes wordt La maison ou j’ai grandi. Dat liedje had ze opgepikt tijdens dat festival in San Remo waar het in de originele versie werd gezongen door Adriano Celentano als Il ragazzo della via Gluck. Ze rondt 1966 in de Franse hitlijsten af met Rendez-vous d’automne, toepasselijker kan haast niet. Haar relatie met fotograaf Jean-Marie Périer krijgt harde klappen te verduren. Haar overdrukke agenda is daar de oorzaak van. In 1967 splitten ze, maar lang hoeft Françoise zich niet eenzaam te voelen, want iets later ligt ze al tot over haar oren verliefd te wezen in de armen van Jacques Dutronc één van Frankrijk’s nieuwste sekssymbolen. Dutronc werkt bij platenfirma Vogue als productie-asssistent en als schrijver. Nadat hij een paar demo’s heeft ingezongen voor een aantal artiesten, vindt de directie dat hij ze maar beter zelf op plaat kan zetten. Als eersteling wordt in 1966 Et moi, et moi et moi geboren. Binnen de korste keren in Frankrijk een ongelooflijke hit met meteen daar achteraan de hitsingles Les play-boys, Les cactus, Mini Mini Mini en in 1968 de klassieker Il est cinq heures Paris s’éveille. Dutronc zal zich nadien ontpoppen als een rasechte filmacteur. Hun relatie kent door de jaren heen veel ups and downs, maar wordt gezegend met zoon Thomas Dutronc die intussen een aardige zangcarrière heeft weten uit te bouwen. Pas in 1984 zullen Françoise en Jacques met elkaar in het huwelijk treden.

Niet dat ze toen mekaar leerden kennen ze veel bij mekaar konden zijn, want ze beleefden beiden hun hoogtijdagen. Françoise brengt begin 1967 haar elpee Ma jeunesse fout l’camp op de markt en vertrekt meteen nadien op tournee ondermeer langs een rij Britse universiteiten: Brighton, Cambridge, Southampton, Durham Birmingham. Vervolgens staat er een tour in Zuid-Afrika op het programma met optredens in Le Cap, Johannesburg, Prétoria enz… Een jaar later heeft ze er schoon genoeg van en besluit voorlopig een punt te zetten achter haar live-optredens. Ze treedt de 22ste april nog op in Kinshasa en geeft nadien een soort afscheidsconcert in de Londense Savoy en gaat zich ernstig bezinnen, zeker nu de glansperiode van de yé-yé-generatie definitief achter de rug ligt. Ze wil zich voor het volle pond op haar nieuwe repertoire storten. In 1968 verrast ze ons met het album Comment te dire adieu? waarvoor de titelsong werd geschreven door niemand minder dan Serge Gainsbourg. Het wordt één van haar bekendste chansons. Intussen had ze een eigen platenfirma opgericht Aspargus Productions. Vogue zal voor de verdeling van haar platen blijven zorgen, maar het loopt met een sisser af. Discussies met haar platenfirma blijven niet uit. Haar firma gaat op de fles. Maar Françoise blijft niet bij de pakken zitten. Ze meet zich een nieuw imago aan, want ze wenst niet langer het uithangbord van de Franse couturiers te blijven. Ze keert terug naar de eenvoud en legt in haar liedjes almaar méér haar gevoelige natuur bloot. Ze richt een nieuwe firma op Hypopotam en breekt definitief met Vogue. De verdeling van haar platen zal de komende jaren verzorgd worden door Sonopresse, een dochteronderneming van uitgeverij Hachette. Françoise krijgt een behoorlijk voorschot op de opnames die wel haar eigendom blijven.

In 1971 gaat ze samenwerken met de Braziliaanse muzikante Tuca. Ze is weg van de Braziliaanse ‘couleur locale’ die in haar liedjes klinkt. Tuca komt een maand lang naar de rue Saint-Louis-en-l’Isle om daar samen met Françoise de liedjes in te studeren alvorens ze op te nemen. Die plaat wordt ingeblikt met Tuca op gitaar en Guy Pedersen op contrabas. Om wat uit te blazen, trekt Françoise samen met Tuca naar Corsica waar ze de arrangementen en begeleiding verder uitwerken. Terug in Parijs besluiten ze aan een paar strijkpartijen aan de opnames toe te voegen. Het is dirigent Raymond Donnez die de partituren uitschrijft.  Met liedjes zoals Même sous la pluie, Chanson d’O en La Question levert Hardy het betere werk af. De pers prijst haar de hemel in, de massa haakt echter af en hebben aan deze chansons geen boodschap. Ze is er niet rouwig om en blij dat de harde kern van haar fans haar eindelijk waardeert voor wie ze is. Ze gaat nog eens een Engelstalige plaat opnemen If You Listen en houdt daarmee het contact met haar Britse fans brandend.

1973 betekent voor Françoise nog maar eens een nieuwe platenfirma, deze keer WEA (Warner Brothers). Ze leert componist Michel Berger kennen met wie ze gaat samenwerken. Samen met hem schrijft ze Message personel, een persoonlijke boodschap aan het adres van haar geleifde Jacques. Berger en laat haar op zekere dag zijn compositie Je suis moi horen. Ze besluiten dat ook op te nemen. Berger had echter beloofd de tekst aan te passen, maar in de studio achteraf blijkt daar niets van in huis te zijn gekomen. Hun samenwerking vlot dan ook niet. Berger was net aan zijn relatie met France Gall begonnen die nog maar pas liefje af was van Julien Clerc. Berger was zowat de enige op dat moment die begreep welke muzikale kant France uit wou. Berger, die zelf een stevige carrière als chansonnier heeft uitgebouwd, wil wel een stapje opzij zetten voor Gall. Zo’n zijstap zou Clerc voor Gall nooit wagen. De samenwerking tussen Hardy en Berger verloopt met horten en storen, maar levert dat jaar dan toch het album Message personel op waarvan de titelsong een mijlpaal in haar oeuvre zal blijven. Qua live – optredens moeten de fans nog altijd op hun honger blijven zitten. Françoise heeft haar zinnen op iets totaal anders gezet. Sedert haar achttiende is ze immers bezeten door astrologie. Ze gaat samenwerken met astroloog Jean-Pierre Nicola aan diens tijdschrift en programma’s. Françoise is er rotsvast van overtuigd dat een mens als individu daadwerkelijk de wereld kan veranderen. Ze gaat iets later ook samenwerken met astrologe Anne-Marie Simon voor haar radioprogramma Entre les lignes, entre les signes.

Met het album Star boort Françoise in 1977 een nieuw publiek aan met daarop liedjes aangereikt door onder meer Serge Gainsbourg en William Scheller. Ze zingt op een andere manier en weet zo een jonger publiek aan te trekken. Omdat ze het druk heeft met de opvoeding van haar zoon en geen tijd meer heeft om zelf liedjes te schrijven laat ze zich bevoorraden door de tandem Gabriel Yared en Michel Jonasz die voor een meer funky en jazzy stijl kiezen wat je kan horen in het liedje J’écoute de la musique saoûle. Tot één van mijn favorieten behoort haar album A suivre… uit 1981 met daarop als uitschieters Tamalou en vooral Villégiature, een nummer dat ik in die tijd vaak bij Radio 2 heb gedraaid in de nachtuitzending op de dinsdagavond dat ik toen samenstelde en presenteerde. Na een tijdje neemt ze haar schrijverspen opnieuw bij de hand en verwent ons met ondermeer Moi vouloir toi een tekst op muziek van Louis Chédid.  Het jaar daarop is er het album Quelqu’un qui s’en va waarop chansons van ondermeer Michel Fugain en Alain  Souchon te horen zijn.

En dan ‘comme un coup de tonnerre éclatant dans un ciel serrein’ trekt ze in 1988 voor de laatste keer naar de opnamestudio. Ze is het beu! Ze heeft er schoon genoeg van. Ze is net vierenveertig. Ze wil nog een laatste keer het beste van zichzelf geven en blikt twaalf door haar, qua teksten, zelf geschreven chansons in voor het album Décalages. De muziek wordt geleverd door kanjers zoals William Scheller en Etienne Daho. Ze had Daho in 1982 ontmoet in de studio’s van Radio Monte-Carlo. Ze was toen al een fan van hem en ze zouden vrienden voor het leven blijven. Uitschieter op het album is Partir quand même geschreven door Jacques Dutronc. Binnen enkele weken wordt de plaat met goud overladen. Iets later loopt haar platencontract af. Françoise voelt zich zo vrij als een vogel en gaat chansons voor haar collega’s schrijven: Patrick Juvet, Jean-Pierre Mader, Viktor Lazlo en Julien Clerc en Geusch Patti. Voor Radio RFM gaat ze vervolgens vijf jaar lang een programma maken met als thema astrologie. Ik weet niet of het toen al in de sterren te lezen stond, maar haar relatie met Jacques Dutronc is er een van vele ups and downs. Hij is vaak slecht gezind, ook al omdat hij weinig momenten van rust in zijn agenda kan inlassen. Het is Serge Lama die haar tijdens een etentje in het restaurant van hotel George V in Parijs vertelt dat Jacques maar al te goed weet dat Françoise zijn reddende engel is, dat hij er zonder haar allang niet meer was geweest. Hij is erg destructief van aard, hij kan zich soms te pletter drinken en wild tekeer gaan. Les extrêmes se touchent is in het geval Dutronc- Hardy méér dan de waarheid.

Op kousenvoeten maakt Françoise in 1993 een voorzichtige comeback wanneer ze samen met Alain Lubrano te horen is in het duet Si ça fait mal. De opbrengst gaat naar een actie voor aidsonderzoek op het getouw gezet door Etienne Daho. Defintief neemt Françoise Hardy de rode draad weer op wanneer ze in 1995 een platendeal afsluit met Virgin. Een jaar later is er het album Le Danger. Vanuiut Engeland krijgt ze de vraag of ze wil meezingen op het nieuwe album van Malcolm McLaren en pleegt ze een duet met Blur To the End. Om te bewijzen dat ze geen oude tante is, gaat ze haar licht opsteken bij de popgroepen Portishead en Garbage om op die manier haar eigen geluid en stijl wat aan te passen.

Met luid applaus wordt in de lente van 2000 haar album Clair-obscur door de pers onthaald. Retro is op dat moment in. Bryan Ferry blikt oude songs in, Rod Stewart doet het op zijn beurtevenals George Michael. Ik, die steeds op zoek ben naar liedjes uit the American Songbook, was aangenaam verrast door haar bewerking van de evergreen I’ll Be Seeiing You. Ze wil dit in een duet gieten en gaat tot eenieders verbazing aankloppen bij Iggy Pop die dan ook nog yes zegt. Al even oud is het Franse chanson Puisque vous partez en voyage. Ze is zo’n beetje door het dolle heen wanneer Jacques Dutronc akkoord gaat dit samen met haar op cd te zetten. Eveneens een bewerking is haar versie van So Sad dat we al eerder kenden in de versie van The Everly Brothers. Ze voelt zich goed in de schaduw van haar succes. Ze besluit samen met Jacques Dutronc te verhuizen richting 14de arrondissement dat we beter kennen als de wijk Montparnasse. Ze bewonen elk hun eigen etage, een soort living apart together. Jacques respecteert het feit dat zijn vrouw graag teruggetrokken leeft en haar private stek nodig heeft.  Op die manier kan ook ieder zijn eigen gangetje gaan!

Françoise vindt het leuk wanneer collega’s haar vragen met hen mee te zingen op hun diverse cd’s. Zo is ze ondermeer te horen op het album Chambre avec vue van Henri Salvador en Chère amie van Marc Lavoine. Met het oog op de eindejaarsdagen trekt ze in de maand september van 2004 naar de opnamestudio’s en in november van dat jaar ligt Tant de belles choses in de rekken. Tuk als ze is op vers schrijversbloed, gaat Françoise ook deze keer aankloppen bij jonge componisten en komt zodoende terecht bij Benjamin Billay , Jacno en de Ierse schrijver Perry Blake. Haar zoon Thomas mag vier liedjes leveren en tokkelt op een aantal tracks zelfs eigenhandig op de gitaar. Haar relatie met Jacques Dutronc is niet van de poes. De ene keer klinkt hij manisch, dan depressief. Hij vertelt haar tijdens hun etentjesuit over zijn nieuwe veroveringen. Geen wonder dat hun relatie almaar vriendschappelijker wordt. Maar Dutronc weigert van haar te scheiden. Ze zijn onlosmakelijk verbonden, vindt hij. Ni avec toi, ni sans toi, de gelijknamige titel trouwens van regisseur Alain Maline, is en blijft zijn leuze.

De dertigste november 2006 krijgt Hardy van de Académie française La Grande Médaille de la Chanson françasie. In het kielzog daarvan lanceert ze het duettenalbum Parenthèses met daarop een brede keuze aan samenzang: Maurane, Alain Souchon en Julio Iglesias. Het Franse publiek hapt gulzig toe. Méér dan tweehonderduizend exemplaren gaan ervan over de toonbank, goed voor platina. Ze moeten haar extra pushen, maar in het najaar van 2008 ligt eindelijk haar autobiografie in de winkel. Uitgeverij Robert Laffont brengt het boek Le Désespoir des singes… et autres bagatelles op de markt. Zij zegt zelf hierover: ” Je me suis évertuée à restituer la vérité avec autant d’exactitude et de sensibilité que possible. J’espère seulement avoit été impudique…avec pudeur“. Het boek wordt een regelrechte bestseller. Een jaar later brengt uitgeverij Nijgh & Van Ditmar het boek in Nederland en Vlaanderen uit als Françoise Hardy, een roemrijk vrouwenleven. Intussen gaat ze naarstig op zoek naar nieuwe liedjes en verzamelt die op het album La Pluie sans parapluie dat in 2009 op de markt komt.

In de herfst van 2012 verscheen haar debuutroman L’Amour fou, over een grote liefde, met daaraan gekoppeld een gelijknamige cd. En het zal zeker, als het van haar afhangt tenminste, niet bij die ene roman blijven.

dinsdag 3 december 2024

Ralph McTell

Ralph McTell (Farnborough, 3 december 1944) is een Britse singer-songwriter en gitaarspeler, die een belangrijke rol gespeeld heeft in de folk in Groot-Brittannië in de jaren '60.

Zijn bekendste nummer is "Streets of London" dat wereldwijd door meer dan 200 artiesten is gecoverd

In het college raakte McTell geïnteresseerd in de beatnikcultuur. Naast het lezen van werken van o.a. Jack Kerouac en Allen Ginsberg, ontdekte hij de Afro-Amerikaanse muziek. Geïnspireerd door artiesten als Ramblin' Jack Elliott, Robert Johnson en Muddy Waters, kocht hij een gitaar en begon te oefenen.

Samen met een groep van vrienden die dezelfde muziekinteresse hadden, trok hij er vaak op uit. Hij werd overgehaald om in een bluegrassband te spelen die "The Hickory Nuts" heette, en die heel Engeland doortrokken.

McTell begon ook buiten Engeland te reizen. Zo bezocht hij Frankrijk, België, Duitsland, Italië, Joegoslavië en Griekenland. Hij kwam vaak in Parijs, waar hij samen met een vriend uit Croydon zijn geld verdiende door als straatmuzikant bij de rij wachtenden voor de bioscoop te gaan spelen. In Parijs ontmoette hij ook een Amerikaanse gitarist, Gary Petersen, van wie hij veel bijleerde over o.a. ragtime. Ik zal later op deze wonderlijke man nog eens terugkomen.

In de lente van 1966 ontmoette McTell een andere uitwijkeling in Parijs, de Noorse Nanna Stein. Al snel werden ze onafscheidelijk. Toen ze terug in Engeland waren, woonden ze in een caravan in Cornwall. Samen met Wizz Jones, die hij had ontmoet op zijn reizen door Engeland, trad hij regelmatig op in Cornwall. Het was ook Jones die de naam "McTell" voorstelde, naar de artiest Blind Willie McTell.

In 1967 sloot McTell een deal met Transatlantic Records en tegen het einde van het jaar was zijn eerste album klaar. Eight Frames a Second werd uitgegeven begin 1968. De uitgave van het album betekende meer werk, en dus werd Bruce (McTells broer) zijn manager en booking agent.

Op zijn tweede album Spiral Staircase uit einde 1968 stond de eerste versie van "Streets of London". Zijn derde album, My side of your window werd door het tijdschrift Melody Makers tot "Folk album of the month" uitgeroepen. Hierna kwamen nog vele albums bij Transatlantic uit.

zondag 1 december 2024

Joik

Joik is de traditionele muziek van de Saami en een van de oudste muziekvormen in Europa.

De Samen of Sami (Samisch: Sámit) zijn een van oorsprong nomadisch volk dat het Noord-Europese Lapland bewoont. Ze zijn ook bekend onder de naam Lappen, wat ze zelf als een belediging beschouwen.
Ze bezitten tegenwoordig in zowel Noorwegen, Zweden als Finland een eigen parlement, het Sameting, dat bij de nationale overheden van de staten waaronder Lapland ressorteert, inspraak heeft in zaken die de Samen en hun woongebied betreffen. De meeste Samen wonen in Noorwegen, zo'n 50.000. In Zweden zijn dat er ongeveer 20.000, in Finland 6.000 en in Rusland 2.000.

Joik maakt deel uit van een zeer oude religieuze traditie; dat is waarschijnlijk de reden, waarom het door de christenen werd verboden. De traditie heeft dit taboe echter overleefd.
De muziekcultuur van de Sámi, het rendierhoudende volk boven de poolcirkel, is opmerkelijk levendig en veelzijdig. De basis van de muziekcultuur is de joik, de Sámi-manier van zingen, die nauw verbonden is met cultuur, landschap en religie. Op het festival van Kautakeino wordt elk jaar met Pasen de Sámi Grand Prix gehouden, de wedstrijd voor de beste nieuwe joik en de beste nieuwe joik-song. Bovendien is de joik uiterst bruikbaar in pop-, jazz- en rockmuziek.